Het is namiddag. Kikker en vriendjes staat op. “…zie je dat Kikker, de blaadjes vallen van de bomen…”
Ik kijk naar buiten. De herfst doet mij denken aan de ritjes naar school om acht uur ‘s ochtends door het donker. Regendruppels op de autoramen die als slangetjes naar beneden kronkelden. Ik koos er altijd eentje uit en volgde die tot hij helemaal beneden was en verdween. De herfst doet mij ook denken aan kastanjes rapen en satéprikkers in eikeltjes steken en taaitaai poppen en de geur van de verwarming. Mijn moeders koude handen langs mijn benen bij het aantrekken van prikkelige maillots.
Voorheen ging de overgang naar de herfst aan mij voorbij. Dan was het gewoon ineens herfst en keek ik beduusd uit het raam. Waar was de zomer gebleven? Nu heb ik het zien gebeuren. De verandering van groen naar geel en rood en bruin. De natte geur van de straten. De donkere ochtenden die ik deel met Peer aan de borst.
Gisteren liepen we door het bos opzoek naar paddenstoelen. Hazel stopte aan de rand van een diep dal. ‘Wow…kijk eens mama, daar is de wereld mooi.’ En ze wees naar beneden. We keken samen naar de herfst.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.